| Voedingsvezels | ||
|
|
Vezels zijn onverteerbare deeltjes die vooral voorkomen in volkorenproducten, groente en fruit, noten, rijst, peulvruchten/pesi. Vezels trekken vocht aan, hierdoor wordt de ontlasting zacht en dat is bevorderend voor de stoelgang. Ook zorgen vezels ervoor dat de darmen geprikkeld worden, waardoor ze de darmbeweging stimuleren. Dit heeft eveneens een positieve werking op de ontlasting. Vezels geven je sneller een vol gevoel. Dat merk je bijvoorbeeld wanneer je bruinbrood eet in plaats van witbrood. Je bent veel sneller verzadigd van het bruine brood, waardoor je er minder van hoeft te eten.
|
||||||
|
Er zijn twee soorten voedingsvezels: de in water oplosbare en de niet oplosbare vezels. Beide hebben een verschillende werking. In voedingsmiddelen komen ze meestal beide voor, maar in wisselende hoeveelheden. |
|||||||
|
Oplosbare voedingsvezels. Oplosbare voedingsvezels komen voornamelijk voor in groente en fruit en peulvruchten/pesi. De bacteriën in de dikke darm werken in op de vezels. Hierbij komen stoffen vrij die de darmbeweging stimuleren. Ze zorgen ervoor dat de ontlasting soepel blijft.
|
Niet oplosbare voedingsvezels.
Deze vezels komen voornamelijk in volkoren- en
graanproducten voor,
voornamelijk in tarwe.
In de darmen zuigen de vezels water op en houden het vast. Daardoor blijft
de ontlasting soepel en zacht. |
||||||
This site was last updated 06/09/05